Ik stapte uit het ziekenhuis, mijn handen koud, mijn hart bonzend. De herfstwind sleurde door mijn jas terwijl ik naar mijn auto liep, maar ik kon mijn blik niet van de map afhouden die ik had gekregen. Elk document, elk stempel leek een geheim te fluisteren dat mijn verstand niet kon bevatten. Mijn dochter, die ik had begraven, was misschien niet dood. Mijn kleinzoon, haar baby, misschien nog in leven.
Het besef raakte me diep. Alles waar ik in geloofde, was op zijn kop gezet. De begrafenis, de bloemen, de tranen – waren ze slechts een toneelstuk geweest? Voor wie? En waarom?
Ik reed weg van het ziekenhuis zonder te weten waarheen. Mijn gedachten tolden, maar één ding was duidelijk: ik kon dit niet alleen oplossen. Ik moest iemand hebben die ik kon vertrouwen. Mijn eerste gedachte ging naar Sarah, mijn beste vriendin sinds de middelbare school. Ze had altijd een scherp inzicht en had me eerder uit lastige situaties geholpen.
Ik belde haar terwijl ik langs de grauwe snelweg reed. “Sarah… het is Emily,” fluisterde ik, mijn stem brekend. “Ze… ze leeft misschien nog.”
Er viel een korte stilte aan de andere kant van de lijn. “Wat zeg je? Hoe weet je dat?”
Ik vertelde haar over het telefoontje van dokter Reynolds, over de map, de documenten, en het vreemde verzoek van Mark om een gesloten kist. Sarah luisterde aandachtig, onderbrak me niet. Toen zei ze: “We moeten dit voorzichtig aanpakken. Als Mark iets in de gaten krijgt, kan hij alles verbergen.”
We spraken af bij mijn appartement in de stad. Toen ik Sarah daar zag, voelde ik een sprankje hoop. Haar ogen waren vastberaden. “Oké,” zei ze, “we gaan dit stap voor stap uitzoeken. Maar eerst moeten we bewijzen dat Emily niet dood is.”
De volgende ochtend besloten we het ziekenhuisarchief te bezoeken. Het gebouw rook naar ontsmettingsmiddel en papier. Archieven, dossiers, scanners – alles leek normaal, maar we hadden één voordeel: niemand had verwacht dat een moeder zo’n onderzoek zou beginnen, laat staan een oudere vrouw met tranen in haar ogen.
We vonden het dossier van Emily. Het medische nummer, haar patiëntgegevens, alle testresultaten. Maar toen we bij de opname kwamen, zagen we iets vreemds: de handtekening van de behandelende arts klopte niet met eerdere formulieren. Zelfs de tijdstempels waren aangepast. Iemand had er met opzet voor gezorgd dat het leek alsof Emily was overleden.
“Dit is gestructureerd bedrog,” fluisterde Sarah. “En iemand van binnen moest erbij betrokken zijn.”