Ik liet het ziekenhuis achter me alsof het gebouw zelf besmet was met leugens.
De rit naar huis verliep in stilte. Madison zat naast me, haar kleine hand nog steeds in de mijne. Af en toe keek ze naar me op, alsof ze bevestiging zocht dat alles goed zou komen. Maar ik kon haar die zekerheid niet geven. Niet meer.
Mijn gedachten draaiden in cirkels.
Waarom zou Benjamin doen alsof hij in coma lag?
Voor wie?
Voor mij?
Voor haar?
Of was er iets groters aan de hand?
Toen we thuis aankwamen, deed ik de deur open en liet Madison eerst naar binnen gaan. De vertrouwde geur van ons huis voelde plots vreemd, alsof ik een plek betrad die niet langer van mij was.
“Ga maar even zitten, lieverd,” zei ik zacht. “Ik moet iets uitzoeken.”
Ze knikte en kroop op de bank, haar knuffel stevig tegen zich aan gedrukt.
Ik liep naar de keuken, maar bleef halverwege staan. Mijn blik viel op Benjamins laptop, die nog steeds op de eettafel lag. Normaal gesproken zou ik die nooit zonder toestemming openen. Maar niets aan deze situatie was nog normaal.
Mijn handen trilden toen ik het apparaat opende.
Het scherm lichtte op.
Geen wachtwoord.
Dat alleen al voelde vreemd.
Benjamin was altijd voorzichtig met zijn privacy.
Ik klikte door zijn bestanden, mijn hart bonzend in mijn keel. Eerst leek alles normaal: werkdocumenten, foto’s, oude e-mails. Tot ik een map zag die ik niet herkende.
“Project Orion.”
Mijn adem stokte.
Langzaam klikte ik erop.
Binnenin stonden meerdere documenten, maar ook een reeks video’s en geluidsopnames. Mijn vingers aarzelden even boven het touchpad.
Dit voelde als een grens.
Maar die grens was al lang overschreden.