Scarlett’s vingers trilden nauwelijks toen ze de kaart bekeek. De glans van het leer, het gewicht van het plastic, alles straalde rijkdom uit die ze nooit had gewild. Maar het was niet het geld dat haar hart deed samentrekken – het was de onderliggende minachting, het stille besef dat Logan haar nooit echt als partner had gezien.
Ze keek langzaam op en ontmoette zijn ogen. Daar zat arrogantie, gemakzucht en een zeker soort verveling, maar geen sporen van begrip. Geen greintje erkenning van de vrouw die ze was, buiten zijn eigen wereld van macht en geld.
“Logan,” begon ze zacht, maar met een onverwachte vastberadenheid, “je denkt dat je alles begrijpt. Maar je begrijpt helemaal niets van mij. Niets van wat ik draag. Niets van wat ik bouw.”
Hij fronste en leunde iets naar voren. “Wat probeer je te zeggen?”
“Ik zeg dat ik niet je laatste project ben, geen accessoire dat je even kunt gebruiken en dan wegleggen,” zei ze, haar stem nu steviger, bijna krachtig. Ze liet haar ogen over Brittany glijden, die nog steeds probeerde een glimlach van medeplichtigheid op haar gezicht te toveren. “En ik accepteer jullie ‘goedheid’ niet. Niet het geld, niet de auto, niets.”