Daniel zette Emily voorzichtig op de bank in de woonkamer. Het was een van die zeldzame momenten dat hij alleen met haar was, zonder telefoons, zonder druk van het werk, zonder de constante stroom van e-mails en vergaderingen. Maar in plaats van de gebruikelijke warme glimlach die ze normaal altijd aan hem schonk, keek Emily hem alleen maar met grote, glazige ogen aan.
“Wat is er gebeurd, lieverd?” vroeg hij zacht, terwijl hij haar handen vasthield. Ze waren koud en voelden vreemd stijf aan, alsof ze een tijdje niet goed bewogen waren. Emily schudde haar hoofd en fluisterde nauwelijks hoorbaar: “Ik wil niet praten.”
Daniel slikte. Dit was niet normaal. Hij had in zijn carrière geleerd om risico’s en problemen in een oogopslag te herkennen, en dit was een alarmbel die hij niet kon negeren.
Hij probeerde het voorzichtig: “Het is oké, lieverd. Je hoeft niets te zeggen. Maar weet dat papa er voor je is.”
Emily’s ogen vulden zich met tranen en ze begon zacht te snikken. Daniel voelde een knoop in zijn maag, maar hij bleef rustig. Paniek zou haar niet helpen.