Toen ik de deur opendeed, stopte ik abrupt. De kamer was stil, maar de stilte voelde zwaar, bijna ondraaglijk. Lauren lag daar zoals altijd in haar bed, maar er was iets veranderd. Haar ogen keken me aan met een mengeling van pijn, teleurstelling, maar ook iets onverwachts… een soort stille waakzaamheid.
Ik voelde mijn hart in mijn keel kloppen. De afgelopen tien dagen met Olivia flitsten door mijn hoofd. Elke lach, elke aanraking, alles voelde ineens als een gewicht dat op mijn schouders drukte. Hoe kon ik dit uitleggen? Hoe kon ik het goedmaken met iemand die mij volledig vertrouwde, die afhankelijk van me was en die ik had laten vallen?
“Marcus…” Haar stem was zacht, bijna fluisterend, maar er klonk een ondertoon van kracht in mee. Ik slikte, probeerde iets te zeggen, maar mijn stem stokte. Ik voelde schaamte opkomen, een schaamte die ik in maanden niet had gevoeld.
“Ik… ik…” begon ik, maar woorden leken niet genoeg. Hoe kon ik uitleggen dat ik zwichtte voor iets dat niets met haar te maken had, iets wat puur mijn eigen tekortkomingen blootlegde?