De deuren sloegen met een doffe dreun tegen de muur en het geluid van laarzen die synchroon over het marmer marcheerden, sneed door de spanning in de zaal.
Niet één, niet twee, maar een hele groep mensen kwam naar binnen.
Strak gekleed. Vastberaden. Professioneel.
Geen gasten.
Geen beveiliging van het hotel.
Dit waren mensen met een doel.
De eerste man die naar voren stapte, hield een map in zijn hand. Zijn blik gleed door de zaal, kort, scherp, tot hij mij vond. Hij knikte één keer.
Dat was genoeg.
Ik liet mijn arm zakken. De timer op mijn horloge sprong naar nul en doofde.
Een collectieve stilte viel als een deken over de ruimte.
“Goedenavond,” zei de man rustig, maar luid genoeg om iedereen te bereiken. “Excuses voor de onderbreking.”
Niemand reageerde.
Niemand durfde.
Hij sloeg de map open.
“Wij zijn hier in verband met een lopend onderzoek naar financiële onregelmatigheden, contractbreuk en mogelijke fraude.”
Een paar mensen begonnen ongemakkelijk te schuifelen.
Jessica liet haar telefoon langzaam zakken.
Mijn vader fronste. “Dit is een privé-evenement,” zei hij scherp. “Ik denk dat u—”
“—meneer Van der Meer?” onderbrak de man hem zonder zijn stem te verheffen.
Mijn vader verstijfde.
“Ja?” zei hij, plots minder zeker.