Het fluweel gleed langzaam naar beneden.
Niemand sprak.
Het enige geluid op de binnenplaats was het zachte geritsel van de vlag boven het gebouw.
Toen werd de plaquette zichtbaar.
Een collectieve zucht ging door de menigte.
Victoria Parker knipperde meerdere keren met haar ogen.
Alsof ze niet geloofde wat ze zag.
Want bovenaan de plaquette stond niet haar naam.
Niet de naam van haar echtgenoot.
Niet de naam van de Parker-familie.
Er stond:
“Ter ere van Emily Parker, voor haar uitzonderlijke inzet voor militaire gezinnen, veteranen en gemeenschapsontwikkeling.”
Daaronder stond een langere tekst.
Een beschrijving van jaren vrijwilligerswerk.
Van programma’s die gezinnen van uitgezonden militairen hadden geholpen.
Van fondsenwerving voor gewonde veteranen.
Van mentorprojecten voor kinderen van militairen.
Mijn naam stond er meerdere keren op.
Mijn werk.
Mijn inzet.