De stilte in de kamer duurde precies zeven seconden.
Zeven seconden waarin niemand echt begreep wat er net was gezegd.
Toen lachte Vanessa opnieuw.
Maar deze keer klonk het minder zeker.
“Je doet echt alsof dit serieus is,” zei ze terwijl ze met haar ogen rolde. “Je hebt een nummer gebeld. En? Denk je dat iemand hier bang van wordt?”
Mijn moeder knikte enthousiast.
“Hij probeert gewoon aandacht te krijgen.”
Mijn vader leunde achterover, zichtbaar ontspannen.
“Laat hem. Hij komt vanzelf tot rust.”
Niemand merkte dat ik niet meer reageerde.
Niet omdat ik geen woorden had.
Maar omdat ik wist dat woorden hier niets meer zouden veranderen.
De klok aan de muur tikte door.
Langzaam.
Te langzaam.
Vanessa schoof haar stoel naar achteren.
“Goed,” zei ze. “Dan regelen we dit maandag gewoon officieel. Jij bent altijd zo dramatisch.”
Ze stond op.
Mijn moeder volgde haar voorbeeld.
“Kom Vanessa, we moeten dit weekend nog vieren.”
Mijn vader bleef nog even zitten en keek me aan.