Ik staarde naar de paarse envelop alsof hij elk moment kon veranderen in iets gevaarlijks.
Mijn vingers bewogen niet meteen.
Adrian zat in zijn rolstoel naast het bed, zijn handen strak om de armleuningen geklemd. Zijn gezicht was bleker dan ik hem ooit had gezien.
“Open hem,” zei hij zacht.
Zijn stem klonk niet dwingend.
Maar zwaar.
Alsof hij wist dat wat er in die envelop zat niet alleen mijn leven zou veranderen, maar ook alles wat ik nog geloofde over hem.
Ik scheurde de rand voorzichtig open.
Binnenin zat een medische map.
Niet één document.
Meerdere.
Met stempels, handtekeningen, en ziekenhuislogo’s die ik inmiddels te goed kende.
En bovenaan één naam.
Lisa.
Mijn dochter.