De telefoon bleef twee dagen uit.
Twee lange dagen waarin ik vrijwel alleen leefde tussen de ziekenhuiskamer van Lily en de kleine cafetaria beneden. De artsen waren voorzichtig optimistisch. De antibiotica sloegen aan. Haar kleur kwam langzaam terug. Ze glimlachte zelfs af en toe.
Maar telkens wanneer ze haar ogen sloot, dacht ik aan die envelop op de keukentafel van mijn ouders.
Ik wist precies wat erin zat.
Screenshots.
Afdrukken van elke opmerking.
Elke grap.
Elke reactie.
Geen uitleg van mij. Geen beschuldigingen.
Alleen hun eigen woorden.
Op de derde ochtend zette ik mijn telefoon weer aan.
Binnen enkele seconden begon het toestel te trillen.
Gemiste oproepen.