Grant bleef stokstijf in de deuropening staan.
De glimlach waarmee hij nog geen minuut eerder zijn huis was binnengekomen, verdween onmiddellijk. Zijn blik schoot van het tapijt naar de lege wieg en vervolgens naar de halfopen kastdeur.
“Amelia?” riep hij.
Geen antwoord.
Zijn stem werd harder.
“Amelia!”
Alleen stilte.
Voor het eerst sinds lange tijd voelde hij iets wat hij nauwelijks kende: onzekerheid.
Hij liet de tas met het dure horloge op de grond vallen en pakte zijn telefoon. Eerst belde hij mij. Meteen voicemail.
Daarna belde hij opnieuw.
En opnieuw.
Niets.
Zijn hart begon sneller te slaan.
Toen zag hij een envelop op de commode liggen.
Er stond slechts één woord op geschreven.
Grant.
Met trillende vingers maakte hij de envelop open.
Binnenin zat een enkele brief.
“Grant,
Op het moment dat je dit leest, zijn Owen en ik veilig.