Frances legde het potlood neer en sloot even haar ogen.
De cijfers die haar voormalige collega zojuist had genoemd, waren niet die van een man die een stabiele toekomst opbouwde. Het waren de cijfers van iemand die voortdurend gaten probeerde te vullen met geld van anderen.
“Ben je er nog?” vroeg haar collega.
“Ja.”
“Ik dacht dat je dit moest weten.”
“Bedankt dat je hebt gebeld.”
Toen ze ophing, bleef ze een tijdlang stil zitten.
Ze voelde geen woede.
Geen verlangen naar wraak.
Alleen een groeiende overtuiging dat ze eindelijk de juiste beslissing had genomen.
Jarenlang had ze haar dochter geholpen zonder voorwaarden te stellen. Niet omdat ze iets terug verwachtte, maar omdat liefde voor haar altijd had betekend dat je aanwezig bleef wanneer iemand je nodig had.
Maar liefde betekende niet dat je blind moest blijven.
En loyaliteit betekende niet dat je jezelf moest laten gebruiken.
Die avond opende Frances een oude doos met foto’s.
Op de bovenste foto stond Joselyn als zesjarige.
Met ontbrekende voortanden.
Verf op haar handen.
Een glimlach die zo groot was dat haar hele gezicht leek te stralen.
Frances streek voorzichtig over de foto.
“Waar ben je gebleven?” fluisterde ze.
De weken daarna hoorde ze niets van haar dochter.
Geen telefoontje.
Geen bericht.
Geen uitleg.
Alleen stilte.
Sandra werkte ondertussen aan alle juridische wijzigingen.
De nieuwe beurs werd officieel opgericht.