Iedereen in de eetkamer keek van Patricia naar mij.
De plotselinge paniek in haar gezicht was zo onverwacht dat het geroezemoes onmiddellijk verstomde.
“OH MIJN GOD… WAT HEB JE GEDAAN?” herhaalde ze.
Ik zette de taart rustig op tafel.
“Ik heb een verjaardagstaart gemaakt voor Mark,” antwoordde ik kalm.
Maar Patricia staarde niet naar de versiering.
Ze keek naar de foto’s die de zijkanten van de taart bedekten.
Tientallen foto’s.
Oude familiefoto’s.
Foto’s van Mark als kind.
Van vakanties.
Van schoolvoorstellingen.
Van zijn eerste fiets.
Van zijn afstuderen.
Van zijn trouwdag.
De kamer werd stil.
Zelfs de kinderen stopten met praten.
Mijn schoonvader zette langzaam zijn vork neer.
“Waar heb je die foto’s gevonden?” vroeg hij zacht.
Ik glimlachte.
“Ik heb de afgelopen zes maanden familiealbums verzameld.”
Mark keek verrast.
“Zes maanden?”
Ik knikte.
“Ik wilde iets maken dat niet alleen mooi was, maar ook persoonlijk.”
Patricia slikte zichtbaar.
Want tussen alle foto’s stond ook iets anders.
Kleine kaartjes.
Handgeschreven herinneringen.
Verhalen die familieleden mij de afgelopen maanden hadden toegestuurd.
Ik had iedereen gevraagd om een bijzondere herinnering aan Mark op te schrijven.
Meer dan veertig mensen hadden gereageerd.
Iedereen behalve Patricia.
Destijds had ze mijn bericht genegeerd.
Nu keek ze naar de taart alsof ze een geest had gezien.
Ik draaide de taart langzaam rond.
Aan één kant stond een foto van Mark met zijn grootvader.
Daarnaast hing een kaartje.
“Toen je tien was, hielp je opa iedere zaterdag in zijn tuin. Hij was ongelooflijk trots op je.”
Aan een andere kant stond een foto van Mark als jonge vader met onze dochter.
“Je hebt nooit één schoolvoorstelling gemist.”
Mark keek zichtbaar geëmotioneerd.