De gasten keken ongemakkelijk, sommigen fluisterden tegen elkaar, anderen trokken hun smartphones om vast te leggen wat leek op een confrontatie die rechtstreeks uit een film kwam. Clara zelf, nog trillend van kou, voelde een mengeling van opluchting en schaamte. Ze was gered, maar de vernedering had diepe sporen achtergelaten.
Tony zette haar voorzichtig op haar voeten, en voor het eerst keek Clara hem recht in de ogen. Daar was geen woede zoals bij Lana – alleen begrip, en een stille belofte dat dit nooit meer zou gebeuren. “Je bent veilig,” zei hij zacht, bijna fluisterend, terwijl zijn woede langzaam plaatsmaakte voor zorg.
Toen draaide hij zich naar Lana. De balzaal leek plotseling te smal voor zijn woede. “Jij!” schreeuwde hij. “Je durft iemand te intimideren, te vernederen, en dat tijdens mijn feest? Je denkt dat dit grappig is, dat dit een spel is?” Zijn stem was laag, dreigend, een toon die door merg en been ging. “Vanaf nu… geen stap meer zonder mijn toestemming. En als je ooit nog iemand zo behandelt… ik wil je hier nooit meer zien.”
Lana slikte, haar arrogantie volledig verdwenen. Ze wist dat Tony Moretti geen loze woorden sprak. De hele zaal voelde de kracht van zijn gezag, een macht die alle luxe, glitter en pracht overstemde. Ze knikte snel, sprakeloos, en teruggetrokken trok ze zich terug naar een hoek, waar niemand haar nog durfde aan te spreken.
De stilte in de kamer duurde slechts enkele seconden, maar het voelde als een eeuwigheid. Toen haalde Tony een diepe adem, keek naar Clara en sprak met een zachtere toon: “Ga naar binnen, naar warme kleren. Niemand mag je hier nog ooit onveilig laten voelen.” Clara knikte, haar lippen trilden terwijl ze hem dankbaar aankeek.
Het personeel dat het tafereel had gezien, begon voorzichtig weer in beweging te komen, de spanning in de lucht begon langzaam te zakken. De muziek herstartte, een zachte melodie deze keer, alsof het feest een nieuw begin maakte. Maar de herinnering aan het incident, aan de kou, de vernedering en de plotselinge woede van Tony, bleef hangen als een onuitwisbare vlek.