De woonkamer zat vol spanning toen iedereen arriveerde. Mijn schoonmoeder zat rechtop op de rand van de bank, haar handen strak gevouwen in haar schoot. Mijn man liep zenuwachtig heen en weer, terwijl mijn schoonvader stil bij het raam stond. Mijn zus en zwager waren ook gekomen; zij wisten hoe zwaar deze weken voor mij waren geweest.
Ik hield de envelop stevig vast. Het papier voelde dikker dan normaal, alsof het gewicht van alle twijfels erin zat opgesloten.
“Dank jullie dat jullie zijn gekomen,” begon ik. Mijn stem trilde een beetje, maar ik herstelde me snel. “Voordat ik de uitslag voorlees, wil ik iets zeggen.”
Mijn schoonmoeder zuchtte hoorbaar. “Is dat echt nodig? We willen gewoon duidelijkheid.”
Ik keek haar recht aan. “Ja, dat is nodig. Want dit gaat niet alleen over een test. Dit gaat over vertrouwen.”
Er viel een stilte in de kamer.
“Toen onze zoon werd geboren,” vervolgde ik, “was het eerste wat ik voelde pure liefde. Maar bijna meteen daarna begon de twijfel. Niet van mij — maar van jullie.”
Mijn man keek naar de grond.
“Blond haar,” zei mijn schoonmoeder zacht maar scherp. “Het kwam gewoon onverwacht.”
“Onverwacht?” herhaalde ik. “Mijn vader was blond als kind. Mijn grootmoeder ook. Genetica is geen simpele rekensom.”
Mijn schoonvader knikte langzaam. “Dat klopt wel. Ik heb daar ooit iets over gelezen.”
Ik haalde diep adem. “Maar dat was niet het punt. Het punt was dat mijn trouw, mijn integriteit, in twijfel werd getrokken.”