Ze knikte zwijgend.
Mijn man draaide zich naar mij toe. “En wij?” vroeg hij zacht.
Ik keek hem aan. “Wij moeten opnieuw beginnen. Maar dat kost tijd.”
Hij kneep in mijn hand. “Ik ben bereid om die tijd te nemen.”
Later die avond, toen iedereen vertrokken was, zat ik in de kinderkamer. Onze zoon sliep vredig in zijn wiegje, zijn lichte haartjes glanzend in het zachte lamplicht.
Mijn man kwam naast me staan.
“Hij is perfect,” fluisterde hij.
“Dat is hij altijd geweest,” zei ik.
Hij legde zijn arm om me heen. “Ik laat nooit meer iemand tussen ons in staan.”
Ik keek naar ons kind en voelde een stille vastberadenheid. Deze storm had ons bijna uit elkaar gedreven, maar had ook iets blootgelegd: waarheid, kwetsbaarheid, en de noodzaak van grenzen.
Soms moet de waarheid hardop worden uitgesproken, zelfs als ze ongemakkelijk is.
En soms moet vertrouwen opnieuw worden opgebouwd, steen voor steen.
Maar één ding wist ik zeker terwijl ik naar mijn slapende zoon keek: liefde is sterker dan twijfel — zolang we de moed hebben om haar te beschermen.