“Zes en acht,” antwoordde ik. “Ze missen hun ouders verschrikkelijk. Ik zorg nu voor hen.”
Emma’s blik werd zachter. “Dat moet zwaar zijn.”
“Dat is het ook,” gaf ik toe. “Maar ze zijn mijn wereld.”
Ik vertelde kort over het ongeluk, zonder in details te treden. Het was een moeilijke periode geweest, maar we hadden samen geleerd om door te gaan. Met therapie, met steun van vrienden zoals Ella, met veel geduld.
“Misschien,” zei Emma langzaam, “reageerden uw kleinkinderen zo omdat ze hun ouders nog steeds overal hopen te zien.”
Die woorden raakten me diep.
Kinderen verwerken verdriet anders. Soms zien ze hoop waar volwassenen alleen verlies zien.
Na een tijdje stond ik op. “Ik moet terug naar het strand. Mijn vriendin past op hen.”
Bij de deur draaide ik me nog één keer om. “Dank u voor uw begrip. En nogmaals mijn excuses.”
Emma glimlachte warm. “Geen excuses nodig. Ik wens u en uw kleinkinderen het allerbeste.”
Toen ik terugliep richting het strand, voelde ik me lichter en tegelijkertijd verdrietiger dan ooit.
Ella zat nog steeds op haar handdoek terwijl de jongens zandkastelen bouwden.
“Oma!” riepen ze blij toen ze me zagen.
Ik knielde neer en sloeg mijn armen om hen heen. “Ik ben hier,” zei ik zacht.
“Was het mama?” vroeg de oudste voorzichtig.
Ik slikte. Dit was het moment van waarheid.
“Nee, lieverd,” zei ik rustig. “Het was iemand die heel veel op mama leek. Maar mama en papa blijven in ons hart.”
Ze knikten langzaam. Kinderen begrijpen soms meer dan we denken.
Die avond, thuis, haalde ik een oud fotoalbum tevoorschijn. We gingen samen op de bank zitten.
Ik liet hen foto’s zien van hun ouders toen ze jong waren. We vertelden verhalen. We lachten om grappige herinneringen.
“Ze zouden trots op jullie zijn,” zei ik.
“Denk je dat ze ons kunnen zien?” vroeg de jongste.
Ik glimlachte. “Ik denk dat liefde nooit verdwijnt. Dus op een bepaalde manier zijn ze altijd bij ons.”
Later, toen de kinderen sliepen, zat ik alleen in de woonkamer. De gebeurtenissen van die dag speelden opnieuw door mijn hoofd.
Mijn paniek. Mijn overtuiging. Mijn schaamte.
Maar ook de onverwachte vriendelijkheid van vreemden.
Misschien had ik vandaag niet mijn dochter teruggevonden.