Meneer Van Leeuwen haalde een leren map uit zijn aktetas. “Er is gisteren een aanvullende clausule gevonden in het testament van je ouders. Een document dat destijds apart is opgeslagen bij hun notaris.”
Dina’s gezicht verstrakte. “Dat kan niet. Ik heb alles gezien.”
“Blijkbaar niet alles,” antwoordde hij beleefd maar vastberaden.
Hij keek naar mij. “Rachel, je ouders hebben een fonds opgericht op jouw naam. Het huis werd tijdelijk toegewezen aan Dina als beheerder, niet als eigenaar. Het doel was om jou de tijd te geven om je studie af te maken zonder financiële druk.”
Mijn hoofd tolde. “Een… fonds?”
Marijke knikte. “Je moeder was bang dat de medische kosten alles zouden opslokken. Maar je vader heeft kort voor hun overlijden een aparte regeling getroffen. Het huis en een bescheiden bedrag zijn juridisch beschermd tot jij 21 wordt.”
Dina werd rood. “Dit is belachelijk. Ik heb papieren gezien!”
“De papieren die jij zag,” zei meneer Van Leeuwen kalm, “waren onvolledig. De notaris heeft ons gisteren gecontacteerd nadat hij merkte dat jij al stappen had ondernomen om Rachel uit te zetten.”
Ik voelde mijn knieën trillen, maar dit keer niet van wanhoop.
“Dus… ik hoef niet weg?” fluisterde ik.
“Absoluut niet,” antwoordde Marijke warm. “Dit is jouw thuis.”
Dina keek van hen naar mij, zichtbaar in paniek. “Dit is een misverstand. Ik probeerde alleen… structuur te brengen.”
“Je gaf me één dag,” zei ik zacht.
Ze zei niets meer.
Meneer Van Leeuwen stapte iets naar voren. “Volgens de documenten mag Dina hier alleen verblijven als zij in jouw belang handelt. Gezien de omstandigheden lijkt dat niet het geval.”
Voor het eerst sinds het ongeluk voelde ik iets wat leek op kracht.
Ik draaide me naar Dina. “Je hoeft niet vandaag te vertrekken,” zei ik beheerst. “Maar ik verwacht wel respect. Dit was het huis van mijn ouders. En het is nog steeds mijn thuis.”