Ik zat stil in het donker van de keuken, met alleen het zachte licht van de straatlantaarn dat door het raam naar binnen viel. Mijn hart klopte sneller dan normaal. Het voelde een beetje vreemd om in mijn eigen huis te “spioneren”, maar mijn nieuwsgierigheid was gewoon te groot geworden.
De klok op de magnetron sprong van 05:59 naar 06:00.
Precies op dat moment hoorde ik een zacht geluid bij de achterdeur.
Mijn adem stokte.
Langzaam draaide de deurklink omlaag. De deur ging voorzichtig open, alsof degene die binnenkwam niemand wilde wakker maken.
Ik kneep mijn ogen een beetje samen om beter te kunnen zien.
En toen zag ik haar.
Het was onze buurvrouw, mevrouw De Vries.
Ze was ergens in de zestig, een kleine vrouw met grijs haar dat ze altijd in een nette knot droeg. Ze woonde al jaren in het huis naast ons, maar we hadden nooit meer dan korte gesprekken gehad over het weer of de tuin.
Ze droeg een kleine boodschappentas.
Heel rustig liep ze de keuken in.
Ze zette de tas op het aanrecht en begon meteen dingen eruit te halen: eieren, melk, aardbeien, een potje jam.
Ik was zo verbaasd dat ik even niet wist wat ik moest doen.
Toen pakte ze een kom en begon beslag te maken, precies zoals iemand dat doet die al duizenden keren pannenkoeken heeft gebakken.
Ik stapte langzaam uit mijn schuilplek.