histour 2026 16


Tegen de middag zaten we in het kantoor van maître Delcourt, een vrouw met staalgrijze ogen en een reputatie die ik kende uit de zakenwereld. Ze luisterde zonder ons te onderbreken, maakte korte notities en stelde dan één vraag:

“Heeft iemand medisch vastgesteld dat u onbekwaam was?”

“Nee,” zei Aël.

“Is er een gerechtelijk vonnis dat uw ouderlijke rechten beperkt?”

“Nee.”

Ze knikte langzaam. “Dan is dit geen verloren zaak. Integendeel.”

Ze legde uit dat een contactverbod zonder solide medische onderbouwing zelden standhoudt. Dat eigendomsoverdrachten onder druk juridisch kunnen worden aangevochten. Dat reputaties in rechtszalen minder tellen dan feiten op papier.

Voor het eerst in weken zag ik iets in Aëls ogen terugkeren: hoop.

“Maar ze hebben geld,” zei hij zacht.

Ik leunde achterover. “Dat hebben wij ook. En belangrijker: wij hebben tijd, bewijs en doorzettingsvermogen.”


De weken daarna waren geen filmische confrontaties, maar stille, strategische stappen.

We huurden een forensisch accountant in om de geldstromen van de startup te analyseren. Wat aanvankelijk een persoonlijke ruzie leek, begon een ander verhaal te vertellen. Investeringen waren verschoven naar rekeningen van familieleden. Beslissingen waren genomen zonder formele bestuursvergaderingen.

Aël had zich laten meeslepen door vertrouwen.

Vertrouwen zonder bescherming.

Ondertussen dienden we een verzoek in tot onmiddellijke herziening van het contactverbod. De advocaat benadrukte dat Aël stabiel werkverleden had, geen medische diagnose van onbekwaamheid, en dat de kinderen gebaat waren bij contact met hun vader.

Ik zorgde ervoor dat hij ondertussen niet in die auto hoefde te slapen. Ik huurde een klein appartement in de buurt van mijn eigen woning. Niet luxueus, maar veilig. Warm. Met een bureau zodat hij kon beginnen aan een nieuw plan.

Op een avond zat hij aan tafel, papieren verspreid, terwijl Maël en Soren met bouwblokjes speelden.

“Ik voel me alsof ik gefaald heb,” zei hij plots.

Ik keek hem strak aan. “Falen is wanneer je opgeeft. Niet wanneer je wordt misleid.”

Hij zweeg.

“Je hebt één fout gemaakt,” vervolgde ik. “Je hebt gedacht dat liefde en zaken gescheiden werelden waren. Dat zijn ze niet. Wanneer geld en macht meespelen, moet je jezelf beschermen.”

Hij knikte langzaam.

Lees verder op de volgende pagina

Leave a Comment