De eerste rechtszitting kwam sneller dan verwacht.
De rechtszaal was koel en formeel. Zijn ex-vrouw zat aan de andere kant, perfect gekleed, haar familie achter haar als een stil front. Ik voelde Aël naast me verstijven.
“Blijf ademen,” fluisterde ik.
Hun advocaat schilderde hem af als impulsief, emotioneel, onvoorspelbaar. Ze spraken over “zorgwekkende stemmingswisselingen” en “financiële roekeloosheid”.
Toen was het onze beurt.
Maître Delcourt stond op, kalm en precies. Ze legde bankafschriften neer. E-mails. Tijdsregistraties waaruit bleek dat Aël maandenlang structureel buiten besluitvorming was gehouden. Ze benadrukte dat er geen medische rapporten waren die de beschuldigingen ondersteunden.
“Mijn cliënt heeft fouten gemaakt,” zei ze helder. “Maar naïviteit is geen geestelijke instabiliteit. Vertrouwen is geen bewijs van onbekwaamheid.”
De rechter luisterde aandachtig.
Aan het einde van de zitting werd het voorlopige contactverbod geschorst in afwachting van verder onderzoek. Aël kreeg het recht zijn kinderen onder toezicht te zien.
Het was geen volledige overwinning.
Maar het was een deur die weer openging.
De eerste ontmoeting vond plaats in een neutrale ruimte van een familiedienst. Speelgoed in de hoek. Een maatschappelijk werker aan tafel.
Toen Maël en Soren hun vader zagen, aarzelden ze een fractie van een seconde – niet uit angst, maar uit verwarring. Daarna renden ze naar hem toe.
Ik zag hoe zijn schouders schokten toen hij hen omhelsde.
Dat moment alleen al was het waard.
De financiële strijd duurde maanden. Documenten werden opgevraagd. Getuigen gehoord. Langzaam maar zeker ontstond er een beeld van manipulatie: druk om aandelen over te dragen, dreiging met publieke beschuldigingen, isolatie van zakelijke contacten.
Op een avond zat ik alleen in mijn studeerkamer en dacht terug aan de parkeerplaats van Charles de Gaulle. De beslagen ramen. De stilte.
Ze hadden gedacht dat schaamte hem zou doen verdwijnen.
Maar schaamte is krachteloos wanneer iemand naast je blijft staan.
Uiteindelijk kwam er een schikking. Niet omdat wij toegeeflijk waren, maar omdat de andere partij inzag dat verdere procedures hun reputatie konden schaden.
Aël kreeg een eerlijk financieel aandeel terug. Geen volledige controle, maar genoeg om opnieuw te beginnen.
Belangrijker nog: er kwam een officiële co-ouderschapsregeling zonder beschuldigingen van instabiliteit.
De dag dat het vonnis werd bevestigd, stonden we buiten het gerechtsgebouw in de zachte lentezon.
“Het voelt onwerkelijk,” zei hij.
“Dat is omdat je maanden in overlevingsmodus hebt geleefd,” antwoordde ik.
Hij keek me aan, dit keer niet als een verslagen man, maar als iemand die iets had doorstaan.
“Waarom heb je niet gewoon gezegd dat ik het zelf moest oplossen?” vroeg hij.
Ik glimlachte flauwtjes. “Omdat familie geen investeringsproject is. Je schrijft ze niet af wanneer het moeilijk wordt.”