De volgende dagen bracht Nora structuur aan in het huis. Ze maakte schema’s voor maaltijden, opruimen en kleine taken, waarbij ze de meisjes betrok zonder ze te dwingen. Ze stelde eenvoudige regels op: respectvol spreken, helpen waar nodig, en luisteren naar elkaar. Voor elke voltooide taak gaf ze complimenten, niet als verplichting, maar als erkenning.
Brooke, die kale plekken in haar haar had, durfde eindelijk te praten. Ze vertelde over de angst die de eerdere nanny’s en huishoudsters hadden achtergelaten, over de strijd om gehoord te worden in een huis waar iedereen macht leek te hebben behalve de kinderen zelf. Nora luisterde, zonder oordeel, en bood aan praktische oplossingen te vinden. Ze hielp Brooke een nieuw kapsel te stylen dat haar zelfvertrouwen herstelde. Langzaam maar zeker veranderde de sfeer.
Jonathan Whitaker merkte de verandering op. Hij liep door het huis en zag de meisjes samenwerken, lachen, en zelfs Nora volgen in het huishouden. Het was alsof er een kracht aanwezig was die hij niet kende en niet had kunnen kopen. Hij voelde een mengeling van opluchting en respect voor deze jonge vrouw die de chaos had getemd waar zoveel professionals in waren gestruikeld.
Op de vijfde dag besloot Nora een spel te introduceren: een speurtocht door het landhuis waarbij elke kamer opgeruimd moest worden om aanwijzingen te vinden die tot een kleine schat leidden. De meisjes stortten zich enthousiast in het spel. Ze lachten, overlegden, en begonnen elkaar te helpen. Zelfs Hazel, die altijd de leiding nam, merkte dat samenwerken met Nora en haar zussen plezieriger was dan alleen controle uitoefenen.
Die avond, na het spel, zaten de meisjes uitgeput maar tevreden in de woonkamer. Nora nam de tijd om met elk kind afzonderlijk te praten, te vragen hoe ze zich voelden en wat ze nodig hadden. Ze was geduldig, zacht maar vastberaden, een contrast met de eerdere chaos van het huis. Voor het eerst voelde Jonathan zich als een vader, niet alleen als een miljardair die verantwoordelijk was voor een imperium.