Ze zuchtte en stapte naar binnen. “Ik was er die nacht. Niet echt… ik bedoel, ik stond niet in de lift, maar ik zag iemand die iets achterliet. Ik kon het niet aanraken, maar ik… ik voelde dat iemand het zou vinden. Ik ben Jenna.”
Ik voelde een mengeling van verwarring en opluchting. “En je hebt misschien iets… over de donor?”
Haar ogen vulden zich met tranen. “Ja. Ik weet iets over haar biologische familie. Het is ingewikkeld, maar het kan helpen.”
De weken die volgden waren een mix van hoop en spanning. Jenna hielp me door het netwerk van adoptie- en ziekenhuisgegevens te navigeren. Uiteindelijk vonden we een naam: iemand die in Luna’s genetische profiel overeenkwam, maar niet direct familie van haar adoptieouders was – een vrouw genaamd Sophie.
Sophie was aanvankelijk sceptisch. Ze kende Luna niet en had nooit gedacht dat ze een genetische link met een kind zou hebben. Maar toen ze hoorde over Luna’s situatie, voelde ze een onverwachte connectie. Ze stemde toe om donor te worden, en de procedure werd gepland.
Op de dag van de operatie voelde ik een mix van angst en hoop. Luna lag in het ziekenhuisbed, haar kleine handje klemde zachtjes het mijne. Sophie zat in een andere kamer, klaar voor de donatie. Ik voelde een emotionele storm binnenin me – angst, dankbaarheid, en iets wat bijna op wonder leek.
De procedure duurde uren. Elke minuut leek eindeloos. Uiteindelijk kwam de dokter naar buiten, een glimlach op zijn gezicht. “Alles is goed gegaan,” zei hij. “Luna zal herstellen. Sophie’s donatie was een perfecte match.”
Ik kon het nauwelijks geloven. Tranen stroomden over mijn wangen terwijl ik naar Luna keek. Ze bewoog een klein handje en keek naar me op, haar ogen helder en vol vertrouwen. “Papa?” fluisterde ze, alsof ze mijn angst voelde en me gerust wilde stellen.