Hij draaide zich om en rende naar de oprijlaan. Lena’s silhouet verdween bijna achter de bomen, haar tas zwaar op haar schouder. “Lena!” riep hij, zijn stem rauw van emotie.
Ze stopte. Ze draaide zich langzaam om, haar ogen groot van verbazing, maar ook gevuld met een voorzichtig vermoeden van hoop.
“Wacht!” vervolgde hij, terwijl hij de laatste meters liep. “Alsjeblieft… ik begrijp het nu. Ik… ik heb een fout gemaakt. Een enorme fout.”
Lena keek hem aan, zwijgend. Ze had zoveel gehuild, zoveel pijn gevoeld, en toch was er iets in haar dat de deur een klein beetje op een kier zette. Ze wilde hem geloven, wilde hem de kans geven zijn fout recht te zetten, maar ze was bang dat woorden niet genoeg zouden zijn.
“Ik… ik kan het niet alleen uitleggen,” zei Julian hijgend. “Maar Aria… ze heeft gelijk. Jij bent zoveel meer voor haar dan wie dan ook. Je hebt haar grootgebracht met liefde, met geduld. Zonder jou…” Hij slikte. “Zonder jou zou ze… ik zou het niet hebben kunnen doen.”
Aria rende op Lena af en gooide haar kleine armen om haar heen. “Mama!” riep ze, en Lena voelde haar hart smelten bij het geluid. Ze had haar rol nooit gezocht, nooit gevraagd om erkenning, maar nu, in dit moment, werd haar plaats erkend door het kleinste en belangrijkste wezen in haar wereld.
Julian keek hoe de twee omhelsden. Hij voelde de volle omvang van zijn fout. Hij had geld, invloed, een naam die overal gerespecteerd werd. Maar dit… dit was het belangrijkste wat hij ooit zou kunnen verliezen. En hij had het bijna laten wegglippen.
“Lena,” zei hij zacht, “als het goed is voor jou… als je me nog één kans wilt geven… wil je dan… terugkomen? Voor Aria en… misschien voor mij ook?”
Lena keek hem aan, haar ogen zacht maar standvastig. Ze voelde de oprechtheid in zijn stem, de breekbaarheid die hij nooit had getoond. Ze dacht aan de afgelopen drie jaar – de middagen vol lachen, de nachten waarin ze Aria troostte, de eerste stapjes, de eerste woordjes, de eerste verjaardagscake die ze samen hadden versierd. Al die herinneringen, al die momenten, waren van haar net zo goed als van Julian.
Ze voelde een traan over haar wang rollen. “Julian… dit gaat niet over jou alleen,” zei ze zacht. “Het gaat over Aria. En ik zal altijd willen dat zij gelukkig is. Maar ik… ik kan haar niet weggeven, ik kan haar niet zomaar laten loslaten.”
Hij knikte begrijpend. “Dat hoef je ook niet. Ik begrijp het. Het gaat om haar, niet om mij. Maar ik beloof je… vanaf nu zal ik er zijn. Voor jou en voor haar. Als je me toestaat.”
Lena keek naar haar dochter, die nog steeds aan haar zij hing, en voelde de kracht van de liefde die zij samen hadden opgebouwd. Ze wist dat ze deze kans kon nemen. Niet omdat ze Julian volledig vertrouwde – dat vertrouwen moest groeien – maar omdat ze begreep dat liefde, geduld en wederzijds respect altijd sterker waren dan angst en afstand.