“Oké,” fluisterde ze uiteindelijk. “Maar dan moet alles anders zijn. Geen spelletjes. Geen geheimen. Alleen eerlijkheid. Voor Aria.”
Julian glimlachte, een glimlach die breder was dan hij in jaren had gehad. “Alleen eerlijkheid. Dat beloof ik.”
Aria sprong bijna uitgelaten op en neer. “Mama blijft! En papa… hij mag ook blijven!” riep ze, haar stem vol vreugde.
Lena lachte voor het eerst sinds haar ontslag. Het was een lach van opluchting, van overwinning, van een nieuwe start. Ze voelde hoe het gewicht van de afgelopen weken van haar schouders viel. De onzekerheid, de angst, de pijn – alles werd nu vervangen door hoop.
Ze sloegen samen een arm om elkaar heen, de drie van hen – moeder, dochter en vader – en liepen terug naar het huis. Niet langer als werkgever en nanny, maar als een gezin dat zijn plek had herwonnen.
Die avond, toen de zon volledig onderging en de kamer gevuld was met het zachte, gouden licht, voelde Lena iets wat ze in jaren niet had gevoeld: thuiskomen. Voor het eerst sinds ze haar spullen had gepakt en bijna was weggelopen, wist ze dat ze precies daar was waar ze hoorde – bij Aria, bij Julian, bij het leven dat ze samen opnieuw konden opbouwen.
En terwijl de maan opkwam en de sterren flikkerden boven het landgoed, fluisterde Lena zachtjes tegen Aria: “Alles komt goed, lieverd. Alles komt goed.”
Aria glimlachte, haar hand stevig in die van Lena, en voor het eerst voelde Lena dat de woorden van een kind – één simpele zin – alles konden veranderen.