De telefoon bleef rinkelen, maar ik negeerde het eerst. Mijn handen trilden nog steeds toen ik het kleine voorwerp uit de voering haalde. Het was iets dat ik nooit had verwacht – een oud fotoalbum, miniatuurformaat, met daarop foto’s van Emma, maar niet zoals ik ze kende. Ze waren gemaakt voordat ze geboren was, voordat ze zelfs leefde, en toch… er stond een soort planning, een script van hoe ze opgevoed zou worden. De data, de outfits, zelfs de feestjes waren allemaal genoteerd. Het voelde alsof iemand haar leven had uitgetekend voordat ze het zelf kon leven.
Mijn hart sloeg over. Was dit serieus? Had mijn moeder… had mijn ouders… dit gedaan? Het leek onwerkelijk, bijna absurd. Ik voelde woede, ongeloof en verdriet tegelijkertijd. Emma, mijn vrije, vrolijke meisje, haar leven ingekaderd nog voor ze kon kiezen.
Ik legde het album voorzichtig neer en probeerde mijn gedachten te ordenen. Mijn ouders zouden elk moment op de stoep kunnen staan, nog steeds glimlachend, alsof alles normaal was. En ik had een keuze: reageren zoals zij wilden, of mijn eigen pad kiezen.
De bel ging. Ik nam een diepe ademhaling en liet het over aan voicemail. Hun stem, normaal zo warm en geruststellend, klonk nu kil en berekend. “We willen dat Emma gelukkig is,” zei mijn moeder, maar ik hoorde de ondertoon. Controle. Manipulatie. Dit was geen cadeau – dit was een statement.