Niet omdat ik bang was.
Maar omdat er iets in zijn blik zat dat ik niet kon plaatsen. Het was geen gewone schrik. Het was herkenning.
De volgende ochtend
De zon scheen helder door de gordijnen van mijn oude slaapkamer. Alles leek normaal. De vergeelde posters aan de muur. De kast met mijn schoolboeken. De lichte geur van lavendel die mijn moeder altijd gebruikte.
Beneden zat mijn verloofde al aan tafel, roerend in zijn koffie zonder te drinken.
“Gaat het?” vroeg ik.
Hij knikte langzaam. “Ja. Ik voelde me gewoon… vreemd.”
Mijn moeder zette vers brood op tafel. “Je zag me zeker in het raam weerspiegeld,” zei ze luchtig. “Het glas werkt hier als een spiegel.”
Hij keek haar een seconde te lang aan. “Misschien,” antwoordde hij.
Mijn vader begon over de bruiloft: de gastenlijst, de muziek, de planning. Het gesprek werd lichter. Er werd zelfs gelachen.
Toch voelde ik spanning onder het oppervlak.
Een onverwachte vraag
Later die middag, toen mijn ouders boodschappen deden, zat ik met mijn verloofde in de tuin.
“Wat zag je precies?” vroeg ik voorzichtig.
Hij haalde diep adem. “Ze stond stil. Heel stil. Niet zoals iemand die toevallig uit het raam kijkt. Meer alsof ze… wachtte.”
“Wachtte waarop?”
“Op mij.”
Ik voelde irritatie opkomen. “Dat klinkt dramatisch. Mijn moeder is de meest normale persoon die ik ken.”
“Ik zeg niet dat ze iets verkeerd deed,” zei hij snel. “Maar het voelde alsof ze me herkende. Alsof ze wist wie ik was.”
Ik lachte zacht. “Ze weet wie je bent. Je bent mijn verloofde.”
“Niet zo,” zei hij. “Anders.”
Er viel een stilte tussen ons.
“Is er iets wat je me niet hebt verteld?” vroeg hij plotseling.
Die vraag verraste me. “Waar heb je het over?”
“Over je familie. Over vroeger.”
Ik fronste. “Mijn jeugd was saai. School, vakanties, verjaardagen. Niets mysterieus.”
Hij knikte, maar zijn blik bleef onrustig.
Het oude fotoalbum
Die avond haalde mijn moeder een oud fotoalbum tevoorschijn. “Voor de bruiloft moet je toch nog eens zien hoe klein je was,” zei ze lachend.
We bladerden door pagina’s vol vergeelde foto’s. Ik als peuter in de tuin. Mijn vader met een snor uit de jaren negentig. Vakanties aan zee.
Mijn verloofde boog zich plotseling naar voren.
“Mag ik die eens zien?” vroeg hij.
Hij wees naar een groepsfoto van een buurtfeest, jaren geleden.
Ik keek beter.
Op de foto stond mijn moeder, jonger maar duidelijk herkenbaar. Naast haar… stond een jongen van ongeveer twaalf jaar. Donker haar. Serieuze blik.
Mijn verloofde werd weer bleek.
“Wat is er?” vroeg ik.
Hij slikte. “Die vrouw naast je moeder… wie is dat?”
Ik keek. “Dat is mijn tante Elise. Ze woont nu in het buitenland.”
Hij schudde langzaam zijn hoofd. “Nee. Ik bedoel de vrouw iets achter haar.”
Ik volgde zijn vinger.
Er stond niemand achter haar.
Alleen een schaduw, veroorzaakt door de zon.
Mijn hart maakte een sprongetje.
“Dat is gewoon schaduw,” zei ik luchtig.