Hij keek me aan alsof hij twijfelde aan zijn eigen ogen. “Ik zie duidelijk een gezicht.”
Mijn moeder lachte zacht. “Op oude foto’s zie je soms wat je wilt zien.”
Maar haar lach was net iets te gespannen.
De waarheid
Later die avond, toen mijn verloofde al naar boven was gegaan, bleef ik in de keuken achter met mijn moeder.
“Is er iets wat ik moet weten?” vroeg ik.
Ze keek me lang aan.
Toen zuchtte ze.
“Voordat jij werd geboren,” begon ze langzaam, “hebben je vader en ik een zoon verloren. Hij werd maar een paar maanden oud.”
Mijn adem stokte. “Wat?”
“We hebben er nooit veel over gesproken,” zei ze zacht. “Het was te pijnlijk.”
Mijn wereld kantelde even. “Waarom heb ik dit nooit geweten?”
“We wilden niet dat jouw leven in de schaduw zou staan van verdriet.”
Ik dacht aan de foto. Aan de schaduw.
“Hoe heette hij?” vroeg ik fluisterend.
“Lucas.”
Die naam bleef hangen in de lucht.
De confrontatie
Ik ging naar boven. Mijn verloofde zat op het bed, rechtop.
“Wat is er?” vroeg hij toen hij mijn gezicht zag.
“Mijn ouders hadden een zoon,” zei ik. “Voor mij.”
Hij werd doodstil.
“Hoe heette hij?” vroeg hij.
“Lucas.”
Zijn handen begonnen te trillen.
“Mijn adoptienaam,” fluisterde hij, “was Lucas.”
Mijn hart sloeg een slag over.
“Wat bedoel je?”
Hij keek me aan, zijn ogen vol ongeloof. “Ik ben geadopteerd toen ik baby was. Mijn biologische ouders zijn onbekend. Ik heb nooit veel informatie gekregen. Alleen een naam in de eerste papieren: Lucas.”
De kamer leek kleiner te worden.
“Dat betekent niet dat—” begon ik.
“Wanneer is hij overleden?” vroeg hij.
Ik noemde de datum die mijn moeder had gezegd.
Hij sloot zijn ogen.
“Dat is dezelfde datum als mijn adoptiedocumenten. De dag waarop ik officieel werd overgedragen aan het adoptiebureau.”
We keken elkaar sprakeloos aan.