“Ik wist dat het slecht ging. Maar ik wist niet dat hij zo ver zou gaan.”
“Wist u van de gaskraan?” vroeg Morales zacht.
Ze keek hem geschokt aan.
“Hij zei dat we gewoon zouden slapen,” fluisterde ze. “Dat het rustig zou zijn. Geen pijn. Geen schaamte meer.”
De kamer werd stil.
De ontbrekende schakel
Maar er bleef iets wringen.
Sofia’s kamer.
Het raam stond open.
Het ventilatierooster in haar kamer was niet geblokkeerd.
En haar deur was dicht, met een handdoek onder de kier — maar aan haar kant.
Morales besloot nog eens met Sofia te praten.
Ze zat in de speelkamer met een kleurboek.
“Sofia,” begon hij voorzichtig, “weet je nog wat je deed voordat je 112 belde?”
Ze knikte.
“Ik werd wakker omdat ik papa hoorde huilen,” zei ze.
Morales voelde een steek in zijn borst.
“Wat deed je toen?”
“Ik ging naar hun kamer. Mama sliep al. Papa lag wakker.”
“En?”
“Hij zei dat ik terug naar bed moest.”
“Heb je dat gedaan?”
Ze schudde haar hoofd. “Ik rook iets vreemds. Mama zegt altijd dat ik moet luisteren naar mijn neus.”
Morales glimlachte zwak. “En toen?”
“Ik maakte mijn raam open. Omdat frisse lucht helpt.” Ze zei het alsof het de normaalste zaak van de wereld was. “En ik legde een handdoek onder mijn deur, zoals we op school leerden bij brand.”
Hij keek haar aan, onder de indruk.
“En toen ben je 112 gaan bellen?”
Ze knikte.
“Papa ademde raar. Ik was bang.”
Geen duister complot
De puzzel viel in elkaar.
Er was geen externe dader.
Geen georganiseerde misdaad.
Geen ingewikkeld plan.
Alleen een man die zich gevangen voelde in schulden en schaamte.
Een man die een verkeerde, gevaarlijke beslissing nam.