Maar rechtvaardigheid en hardheid waren niet altijd hetzelfde.
Ze trok haar hand voorzichtig los van Lily’s.
“Gerechtsbode,” zei ze rustig, “breng het kind terug naar haar zitplaats.”
Lily keek haar even aan, onzeker, maar liet zich begeleiden.
Catherine boog zich voorover.
“De wet is duidelijk,” begon ze. “Diefstal is een strafbaar feit. Maar de wet biedt ook ruimte voor omstandigheden.”
De zaal hield de adem in.
“In deze zaak gaat het om een bedrag van twintig dollar, geen geweld, geen herhaald gedrag, geen crimineel verleden.”
Ze keek Robert recht aan.
“U heeft een verkeerde keuze gemaakt. Maar u handelde uit wanhoop, niet uit winstbejag.”
De aanklager leek te willen protesteren, maar Catherine verhief licht haar hand.
“Daarom leg ik geen gevangenisstraf op.”
Een collectieve zucht vulde de zaal.
“In plaats daarvan krijgt u een voorwaardelijke straf, gecombineerd met zestig uur gemeenschapsdienst. Daarnaast verwijs ik u naar een sociaal hulpprogramma dat medische ondersteuning biedt aan gezinnen in financiële nood.”
Robert’s knieën leken bijna te bezwijken.
“Dank u,” fluisterde hij.
Catherine keek nog één keer naar Lily.
“En wat betreft genezing,” zei ze zacht, bijna persoonlijk, “sommige wonden hebben tijd nodig. Maar hoop… hoop kan veel doen.”
Lily glimlachte breed.
De zitting werd gesloten.
Later die middag zat Catherine alleen in haar kamer achter de rechtszaal. Ze staarde naar haar benen.
Ze voelde geen wonder.
Geen plotseling herstel.
Maar ze voelde iets anders.
Warmte.
Niet fysiek.
Innerlijk.
Voor het eerst in jaren had ze niet alleen de letter van de wet toegepast, maar ook de geest ervan.
Er werd zacht op de deur geklopt.
Haar assistent stak zijn hoofd om de hoek. “Edelachtbare, er staat een man met zijn dochter hier. Ze willen u bedanken.”
Catherine aarzelde even.
“Laat ze binnen.”
Robert kwam voorzichtig binnen, Lily aan zijn hand.