De agent nam een diepe ademhaling en boog nog iets dichter naar het meisje toe. “Rustig maar. Je hoeft niet bang te zijn. Vertel me gewoon wat er is gebeurd.”
Het meisje snikte hard en haar kleine handjes trilden terwijl ze iets uit haar jaszak haalde. Het was een vergeelde envelop, duidelijk oud en gekreukeld. Ze hield het voorzichtig omhoog, alsof het iets kostbaars was.
“Wat is dat?” vroeg de agent zachtjes.
“Het… het is een brief,” fluisterde ze, haar ogen groot van angst. “Ik heb het gevonden en ik heb iets gedaan wat niet mocht…”
De sergeant knikte begrijpend en zette een stoel voor haar neer. “Kom maar zitten, lieverd. Niemand zal boos op je zijn, we willen alleen begrijpen wat er is gebeurd.”
Het meisje ging zitten, haar benen bungelend boven de grond. Ze ademde diep in en uit, haar lippen trilden terwijl ze begon te spreken.
“Het was… het was in de tuin van de buurman,” begon ze. “Ik zag iets glinsteren in het gras en ik wilde het pakken… het was een envelop. Ik wist niet dat het belangrijk was… Ik heb het open gemaakt.”
De agent voelde hoe zijn hart sneller klopte. Een klein kind dat een misdrijf had begaan – of misschien iets veel ernstigers had ontdekt.
“Wat stond erin?” vroeg hij voorzichtig, zich bewust van haar leeftijd en de mogelijke impact.
“Er stond een brief… en er waren foto’s,” snikte ze. “Foto’s van mensen die ik niet kende… en er stond iets over een schat… en een geheim dat niet mocht worden verteld.”
De agent knikte langzaam. Hij begreep dat het meisje iets had ontdekt wat eigenlijk voor volwassenen bedoeld was. Het werd duidelijk dat dit niet zomaar een kinderlijke fout was, maar dat ze onbewust in een veel grotere situatie terecht was gekomen.
“Je hebt goed gedaan door naar ons te komen,” zei hij zacht. “Soms vinden kinderen dingen die volwassenen niet zien, en het is heel dapper om eerlijk te zijn.”