Dat antwoord bleef hangen.
Halverwege de vlucht draaide hij zich iets naar me toe.
“Die bijnaam… Ghost.”
Ik glimlachte licht.
“Ik werkte het liefst zonder zichtbaarheid. Mijn taak was risico’s elimineren voordat anderen ze zagen.”
“En nu?”
“Nu werk ik in crisismanagement in civiele context. Minder geheim. Meer zichtbaar.”
Hij knikte langzaam.
Alsof hij een puzzelstukje op zijn plaats zag vallen.
Toen de piloot aankondigde dat we gingen landen, keek mijn schoonvader opnieuw naar buiten.
De F-22’s weken af, hun taak voltooid.
Geen sirenes.
Geen drama.
Alleen stille professionaliteit.
Na de landing stond de bemanning in formatie bij de deur.
Niet overdreven ceremonieel.
Maar duidelijk respectvol.
Mijn schoonvader stapte als eerste uit.
Dit keer draaide hij zich om.
En bood zijn hand aan toen ik volgde.
Geen publiek.
Geen camera’s.
Gewoon een gebaar.
“Ik heb je verkeerd ingeschat,” zei hij laag.
Ik nam zijn hand.
“Dat gebeurt vaker.”
Hij glimlachte kort.
“Je hoeft je niet meer klein te maken in mijn aanwezigheid.”
“Ik heb me nooit klein gemaakt,” zei ik rustig. “Ik heb u gewoon laten praten.”
Dat leek hem te raken.
Tijdens de rit naar de trouwlocatie was de sfeer anders.
Minder testend.
Meer observerend.
Bij aankomst bij het resort stonden planners en managers klaar om hem te begroeten.
Normaal nam hij het woord.
Dit keer keek hij naar mij.