Na het gesprek bood hij aan me rond te leiden door het bedrijf. Zijn aanwezigheid was kalm, en toch vol energie. Hij vertelde over projecten, over de visie van Suncrest Holdings, en ik merkte dat ik steeds meer respect kreeg voor zijn leiderschap. Tegelijkertijd voelde ik dat oude gevoel van bewondering en genegenheid dat nooit echt was verdwenen.
Tijdens de rondleiding kwamen we bij een grote glazen wand die uitzicht bood over de stad. Connor keek me aan en zei zacht: “Weet je nog dat je zei dat je met mij zou trouwen toen je zeven was?”
Ik knikte, een beetje rood van schaamte. “Ja… ik… dat deed ik.”
Hij glimlachte, zijn ogen speelden met herinneringen. “Ik heb dat nooit vergeten, Sara. En geloof me… ook ik heb vaak aan die belofte gedacht.”
De woorden raakten me dieper dan ik had verwacht. Vijftien jaar van gemiste kansen, van onzekerheid en afstand, leken in één moment te vervagen. Ik voelde een combinatie van vreugde en angst. Wat als dit nu allemaal echt was? Wat als het niet zomaar nostalgie was, maar een tweede kans?
Die avond belde hij me. Zijn stem aan de andere kant van de lijn was warm en vertrouwd. “Sara, ik wil dat je weet dat ik je waardeer. Niet alleen voor dit bedrijf, maar voor wie je bent. Jij hebt je altijd ontwikkeld, altijd doorgezet… precies zoals je vroeger zei dat je zou doen.”
Mijn hart bonsde. “Connor… ik weet niet wat ik moet zeggen.”
“Zeg niets,” antwoordde hij. “Gewoon luisteren. Misschien kunnen we dit weekend iets afspreken. Gewoon… praten, zoals vroeger.”
Die zaterdag ontmoetten we elkaar in een klein café in het centrum van Istanbul. Het was rustig, de geur van vers gebrande koffie hing in de lucht. We praatten urenlang, over onze jeugd, over wat we hadden meegemaakt, over onze dromen en teleurstellingen. Het voelde alsof de tijd geen invloed had gehad.