Garrett hing op en keek naar Ava, die nog steeds aan zijn zijde stond, haar ogen groot van angst. Hij voelde de adrenaline door zijn aderen stromen, een gevoel dat hij lang niet meer had ervaren sinds zijn dagen op de bouwplaats, toen elke fout levensgevaarlijk kon zijn. Dit was persoonlijker. Zijn huis. Zijn dochter. Zijn leven.
“Victor,” zei hij scherp. “Ik wil een volledige scan van het huis. Geen hoek mag ongemoeid blijven. Elke deur, elk raam, elke kelderkast. Weet je wat ik wil zien? Elke beweging, elke beweging van iemand die daar vandaag is geweest.”
Victor knikte. “Snap ik, Garrett. Ik regel het.”
Ava keek hem met grote ogen aan. “Papa… denk je dat hij terugkomt?”
Garrett kneep haar hand stevig. “Dat denk ik. En we zullen klaar zijn.” Zijn stem klonk koelbloediger dan hij voelde. Binnenin brandde er een vuur van woede. Blake Ramsey. De man die hij ooit als broer had beschouwd, nu iemand die hem wilde uitschakelen? Het was absurd. Het kon niet waar zijn. Maar Ava’s angst en haar beschrijving waren te helder om te negeren.
Op het bureau van de politie wachtten ze op de beveiligingsbeelden. Garretts laptop was opengeklapt, zijn vingers tikten gehaast over het toetsenbord. “Ik wil alles,” zei hij tegen Marissa Delgado, die naast hem zat. “Elke camera van de straat, de garage, de achterdeur. Niets mag over het hoofd worden gezien.”