Je denkt misschien dat alles normaal was met mij. Dat ik gewoon naar school ging, lachte, thuis kwam en mijn huiswerk maakte. En meestal was dat ook zo. Maar er was ook een andere kant, een kant die ik verborgen hield.
Niet omdat ik je niet vertrouwde, maar omdat ik bang was.
Bang dat het erger zou worden.
Ze stopte met lezen. Haar ademhaling werd zwaar. Ze voelde een koude rilling over haar rug gaan.
“Bang… waarvoor?” fluisterde ze.
Met trillende handen ging ze verder.
Het begon een paar maanden geleden. Eerst waren het kleine dingen. Mijn spullen lagen niet meer waar ik ze had achtergelaten. Mijn telefoon viel ineens uit. Ik hoorde soms geluiden in mijn kamer terwijl er niemand was.
Ik dacht eerst dat ik me het inbeeldde.
Maar toen begon ik briefjes te vinden.
Niet zoals deze. Anders. Korte zinnen. Vreemd. Alsof iemand me wilde waarschuwen… of me bang wilde maken.
Ik heb ze bewaard. Ze liggen in deze doos.
Ik wilde het tegen papa zeggen, maar hij was de laatste tijd zo anders. Afwezig. Alsof hij met zijn hoofd ergens anders zat. En jij… jij had al zoveel aan je hoofd. Ik wilde je niet nog meer zorgen geven.
Maar mam… ik denk niet dat het zomaar iets was.
De vrouw liet de brief zakken. Haar hart bonsde in haar oren.
“Briefjes…?” zei ze zacht.
Ze keek meteen in de doos en pakte een stapeltje kleine papiertjes. Haar adem stokte toen ze ze las.
“Stop met zoeken.”
“Je moet zwijgen.”
“Je weet te veel.”
De woorden waren haastig geschreven, met een handschrift dat ze niet herkende.
Een golf van angst trok door haar lichaam.
Ze greep de brief weer vast en las verder.
Ik weet dat dit gek klinkt. Misschien geloof je me niet. Maar op een avond zag ik iemand in de gang. Gewoon… een schaduw. Ik dacht dat het papa was, maar toen ik riep, reageerde hij niet.
Toen ik ging kijken, was er niemand.
De volgende dag deed papa alsof er niets was gebeurd.
Mam… ik ben bang dat er iets niet klopt.
En als er iets met mij gebeurt, wil ik dat je niet meteen alles gelooft wat mensen zeggen.
Zoek alsjeblieft verder.
In het notitieboekje heb ik alles opgeschreven wat ik me kan herinneren.
Ik hou van je.
Altijd.
De laatste woorden waren wazig, alsof ze met tranen waren geschreven.
De moeder kon haar eigen tranen niet meer tegenhouden. Ze drukte de brief tegen haar borst en begon zacht te huilen.
“Waarom heb je niets gezegd…” fluisterde ze.
Maar diep vanbinnen wist ze het antwoord al.
Haar dochter had het geschreven.
Ze had haar willen beschermen.
Na een paar minuten veegde ze haar tranen weg en pakte het notitieboekje. Dit keer aarzelde ze niet.
Ze sloeg de eerste pagina open.
Datums. Beschrijvingen. Kleine details.
Alles was zorgvuldig genoteerd.
“12 maart – weer een briefje gevonden. In mijn tas dit keer.”
“15 maart – papa was raar. Hij schrok toen ik vroeg of hij iets had verplaatst.”
“18 maart – iemand stond ’s nachts bij mijn deur. Ik hoorde ademhaling.”
De moeder voelde hoe haar handen kouder werden bij elke pagina die ze omsloeg.
Dit was geen fantasie.
Dit was angst. Echte angst.
En toen kwam ze bij de laatste pagina.
Daar stond maar één zin.
“Als er iets gebeurt… kijk naar papa.”
Ze staarde naar de woorden alsof ze haar zouden aanvallen.
“Nee…” zei ze meteen, bijna automatisch. “Nee, dat kan niet.”
Haar man…?
Dat was onmogelijk.
Toch?
Ze hoorde plotseling voetstappen in de gang.
Haar hart sloeg een slag over.