Clara’s vingers trilden terwijl ze de vergeelde brief voorzichtig openvouwde. Het papier was broos, alsof het bij de kleinste beweging kon scheuren. Ze slikte en begon te lezen.
De woorden waren met de hand geschreven, in sierlijke, maar haastige letters.
“Voor degene die dit vindt…”
Clara hield haar adem in.
“Als jij deze schat ontdekt, betekent dat dat het huis opnieuw leven heeft gevonden. Mijn naam is Esteban Ruiz. Dit huis was ooit van mijn familie, generaties lang. Maar tijden veranderen, en wij werden gedwongen alles achter te laten.”
Clara’s ogen gleden sneller over de tekst.
“Wat hier verborgen ligt, is geen gestolen rijkdom. Het is het werk van jaren, gespaard om mijn kinderen een toekomst te geven. Maar toen gevaar dichterbij kwam, had ik geen keuze. Ik heb het verstopt, in de hoop dat ik ooit zou terugkeren.”
Haar hart sloeg sneller.
“Als ik deze woorden niet zelf kom ophalen, betekent het dat ik dat nooit heb kunnen doen. In dat geval… is deze schat voor jou.”
Clara verstijfde
.