De middag kroop langzaam voorbij, maar voor Angela voelde elke minuut scherp en doelgericht. Ze zat naast het ziekenhuisbed van Megan, haar hand rustend op die van haar dochter. Het zachte gepiep van de monitor gaf ritme aan haar gedachten, maar haar blik was gefocust, berekenend.
Dit was geen chaos.
Dit was een zaak.
En Angela Fields had haar hele leven gewijd aan het winnen van dit soort zaken.
Megan bewoog licht en opende haar ogen.
“Mam…” fluisterde ze.
“Ik ben hier,” zei Angela zacht, terwijl ze haar hand voorzichtig kneep. “Je bent veilig.”
Een korte stilte volgde.
“Ze gaan ermee wegkomen, toch?” vroeg Megan, haar stem breekbaar maar helder genoeg om de angst te verraden die nog steeds in haar zat.
Angela boog zich iets dichter naar haar toe.
“Nee,” zei ze rustig. “Niet deze keer.”
Er zat geen twijfel in haar stem.
Geen ruimte voor onzekerheid.
Alleen zekerheid.
—
Om 17:40 uur stond Angela buiten het ziekenhuis, haar jas stevig dichtgeknoopt tegen de kou. De lucht was inmiddels donker geworden, en overal in de stad begonnen kerstlichten te branden.
Maar voor haar voelde deze avond allesbehalve feestelijk.
Een zwarte wagen stopte naast haar.
Oscar Greene stapte uit, zijn houding strak, zijn blik scherp.
“Alles staat klaar,” zei hij zonder omwegen. “Bevel is ondertekend. Teams zijn gepositioneerd. We wachten alleen nog op jouw signaal.”
Angela knikte langzaam.
“De gasten?” vroeg ze.
“Belangrijke namen,” antwoordde Oscar. “Investeerders, een rechter, twee mensen uit de gemeenteraad.”
Angela’s ogen vernauwden zich licht.
“Perfect,” zei ze. “Laat ze alles zien.”
—
Het huis van Peter en Susan straalde zoals altijd.