Die avond keerde Alexandre later terug dan gewoonlijk. Het huis was stil, zoals altijd. De grote ramen weerspiegelden het zachte licht van de lampen in de hal.
Hij bleef even staan en luisterde.
Vanuit de gang hoorde hij weer die zachte stem.
Ana Sofia zong opnieuw een oud liedje terwijl ze de kamers schoonmaakte. Het klonk bijna alsof het huis zelf ademde op het ritme van haar stem.
Maar de woorden van zijn vriend bleven in zijn hoofd hangen.
Je weet nooit wat er achter een lief gezicht schuilgaat.
Die gedachte maakte hem onrustig.
Daarom besloot hij zijn plan uit te voeren.
Die nacht liet Alexandre expres de deur van zijn slaapkamer een beetje open. Hij ging op bed liggen, deed het licht uit en deed alsof hij diep sliep.
Het was een vreemd gevoel.
Hij, een succesvolle zakenman die dagelijks miljoenen euro’s beheerde, lag nu stil als een kind dat een spel speelde.
De minuten tikten langzaam voorbij.
Toen hoorde hij voetstappen.
Zacht.
Voorzichtig.
De deur kraakte licht toen ze werd geopend.
Door zijn halfgesloten ogen zag hij Ana Sofia de kamer binnenkomen.
Ze droeg een klein dienblad met een glas water en een medicijnflesje.
Alexandre herinnerde zich dat hij eerder die avond had geklaagd over hoofdpijn.
Ana Sofia liep langzaam naar het nachtkastje en zette het dienblad neer zonder geluid te maken.
Daarna bleef ze een paar seconden staan.