“Wat is dat?” vroeg mijn jongere broer voorzichtig.
Rekha keek ons aan en haar stem trilde. “Dit… dit zijn herinneringen van mijn familie,” zei ze. “Mijn ouders zijn jong overleden, en ik heb altijd voor mijn broertjes en zusjes gezorgd. Ik heb nooit gedacht dat ik zelf zo’n nieuwe familie zou hebben, iemand om van te houden en die van mij houdt… maar nu… ik voel me overweldigd. Alles is zo snel gegaan.”
Mijn vader knielde naast haar neer en hield haar handen vast. “Rekha, we hebben het rustig aan kunnen doen. Niets hoeft te haasten. Jij en ik… wij gaan dit samen leren.”
Ze snikte nog een keer, maar de intensiteit nam af. Ze leunde tegen hem aan en hij sloeg voorzichtig zijn armen om haar heen. Voor het eerst die avond leek alles een beetje tot rust te komen.
“Ik dacht dat ik sterk genoeg was,” fluisterde Rekha, “maar nu besef ik dat ik ook bang kan zijn… en dat is oké.”