Brooke stond op en stormde naar het balkon, probeerde het uitzicht op de caldera te gebruiken om haar gedachten te verzetten. Het uitzicht was adembenemend: de azuurblauwe zee, de witte huizen die tegen de kliffen kleefden, de zon die laag stond en een gouden gloed over het eiland wierp. Normaal gesproken zou dit een perfect moment voor een selfie zijn geweest. Nu voelde het als een grimmige ironie. Alles wat ze dacht te bezitten, was onbereikbaar.
Intussen zat Hannah honderden kilometers verderop in Ohio in het rustige huis van oma Louise, waar de wind zacht door de bomen waaide. Ze vouwde de laatste dekens op, legde ze netjes terug in de kast, en nam een diepe adem. Ze had de telefoontjes en berichten van Brooke genegeerd. Ze had geen behoefte aan drama; ze had alleen de stilte en het overzicht nodig om alles te laten gebeuren zoals het moest.
Hannah wist dat Brooke dacht dat ze de controle had. Ze dacht dat ze de financiële strijd al had gewonnen. Maar Hannah had iets anders gedaan: ze had de hele nalatenschap en de bankrekeningen onder controle gebracht, nog voordat Brooke überhaupt de villa bereikte. Het gevoel van macht dat haar overmande, was niet kwaadaardig; het was gerechtigheid, een herinnering dat slimme manipulatie nooit op korte termijn ongestraft blijft.
Terwijl Brooke steeds wanhopiger werd in Santorini, begon ze e-mails naar de bank te sturen, dreigde met juridische stappen en probeerde Derek te overtuigen dat ze een fout had gemaakt. Derek probeerde haar te kalmeren. “Misschien kunnen we contact opnemen met de advocaat van oma. Misschien is er een misverstand.”
Maar Brooke wist dat het geen misverstand was. Hannah had alles tot in detail voorbereid: de overdrachten waren teruggedraaid, de toegang was geblokkeerd, en elke poging om het geld te gebruiken werd automatisch gefrustreerd. Haar plan was briljant in zijn eenvoud en ijzingwekkend effectief.
Diezelfde avond ontving Hannah een berichtje van haar zus. Geen excuses, geen berouw. Alleen vier woorden: “Dit is niet eerlijk.”