“Ik…” begon ik, maar ze onderbrak me met een grijns die ik zelfs in het schemerlicht kon zien. “Je dacht toch niet dat je zomaar voorbij kon sluipen?”
Ik glimlachte, half opgelucht, half nerveus. Mijn voeten bewogen automatisch naar binnen, en de warmte van het huis sloeg onmiddellijk op me neer als een deken. Het voelde vreemd om hier te staan, alsof ik een scène binnenstapte die ik alleen had herbeleefd in dromen en herinneringen.
Mijn moeder verscheen in de deuropening van de woonkamer, haar ogen een mix van verrassing en iets dat op opluchting leek. “Je… je bent gekomen,” zei ze zacht, bijna alsof ze zichzelf overtuigde dat het goed was.
“Ja,” zei ik, simpelweg. “Ik kon het niet laten.”
Ze keek me nog een moment aan, toen knikte ze langzaam. “Nou, als je hier bent, dan moet je ook blijven. We hebben… tja, we hebben het klein gehouden, maar het is nog steeds Kerstmis.”
De kamer was warm, te warm bijna, gevuld met geuren van versgebakken brood, kaneel, en een vleugje brandend hout van de open haard. De kerstboom schitterde in het zachte licht van de glazen ornamenten, en ik voelde een onverklaarbare golf van nostalgie. Het was alsof alles wat ik had gemist in de afgelopen jaren zich op één moment samenvoegde, en ik stond er middenin.