Clara keek hem aan alsof ze niet zeker wist of ze hem goed had verstaan.
“Wat bedoelt u?” vroeg ze zacht, haar armen instinctief strakker om haar baby heen.
Dr. Salazar aarzelde even, alsof hij woorden zocht die hij in jaren niet meer had gebruikt. “Ik bedoel… dat je er niet alleen voor staat. Niet meer.”
De kamer was stil, op het zachte ademhalen van haar zoon na.
Clara voelde iets bewegen in haar borst. Geen opluchting. Nog niet. Maar iets dat erop leek.
Voorzichtig.
Onwennig.
“Ik ken u niet,” zei ze eerlijk.
Hij knikte langzaam. “Dat begrijp ik. En je hebt alle reden om mij niet meteen te vertrouwen.” Hij keek naar de baby. “Maar ik heb al één keer gefaald als vader. Dat ga ik niet nog eens doen… niet als ik de kans krijg om het anders te doen.”
Die woorden bleven hangen.
Clara keek naar haar zoon. Zijn kleine handje bewoog licht tegen haar borst, alsof hij haar eraan herinnerde dat alles nu om hem draaide.
“Hoe weet ik dat dit geen tijdelijke emotie is?” vroeg ze. “Dat u morgen niet wakker wordt en beslist dat dit te ingewikkeld is?”
Dr. Salazar glimlachte droevig. “Dat weet je niet. Net zoals ik niet weet of jij mij ooit zult accepteren.” Hij haalde diep adem. “Maar sommige dingen zijn het risico waard.”
Er viel een stilte die niet ongemakkelijk was.
Alleen… echt.