Het meisje liep langzaam dichter naar het bed toe. Ze keek naar Fernand met een opmerkelijke rust in haar blik.
“Ik droomde over hem,” zei ze eenvoudig.
Patricia wist niet wat ze moest antwoorden.
“Je droomde over… mijn man?”
Lina knikte.
“In mijn droom lag hij hier,” zei ze. “En iemand zei dat hij niet wakker kon worden omdat niemand naar hem luisterde.”
Patricia voelde hoe haar hart sneller begon te kloppen.
“Wie zei dat?”
Lina haalde haar schouders op.
“Ik weet het niet meer. Maar ik moest hem iets geven.”
Ze stopte haar hand in de natte zak van haar trui en haalde er een klein, opgevouwen papiertje uit.
Het papier was licht gekreukt, alsof het vaak was vastgehouden.
“Dit,” zei Lina.
Patricia nam het voorzichtig aan.
“Wat is het?”
“Een tekening,” zei het meisje.
Patricia vouwde het papier open.
Op de tekening stonden drie figuren. Een man, een vrouw en een klein meisje dat tussen hen in stond en hun handen vasthield.
Onder de tekening stond met kinderlijke letters geschreven:
“Papa, kom terug. Mama wacht op je.”
Patricia’s adem stokte.
Dat was precies hoe Camille altijd haar tekeningen maakte.
Altijd drie figuren.
Altijd hand in hand.
Patricia keek langzaam naar Fernand.
“Dit… dit lijkt op een tekening van onze dochter,” fluisterde ze.
Lina keek weer naar het bed.
“Hij hoort haar soms nog,” zei ze rustig.
“Wat bedoel je?”
“Mijn oma zei altijd dat mensen die slapen soms de stemmen horen van mensen die van hen houden.”
Patricia voelde een onverwachte traan over haar wang glijden.
Lina stapte dichter naar het bed.
“Mag ik zijn hand vasthouden?” vroeg ze.
Patricia aarzelde even.
Maar iets in de rustige manier waarop het meisje sprak gaf haar vertrouwen.
“Ja,” zei ze zacht.
Lina legde voorzichtig haar kleine hand op Fernands hand.
Zijn huid voelde koud en stil, zoals altijd.
Het meisje sloot haar ogen.
Ze begon zacht te praten.
“Hallo meneer,” fluisterde ze. “Ik denk dat u heel moe bent. Maar iemand wacht op u.”
De monitor naast het bed bleef rustig piepen.
Patricia keek naar het scherm, zoals ze dat al duizenden keren had gedaan.
Maar toen gebeurde er iets kleins.
Heel klein.
Een vinger van Fernand bewoog.
Patricia verstijfde.
“Wacht…” fluisterde ze.
Ze keek dichter.
De vinger bewoog opnieuw.
De hartmonitor gaf een iets ander ritme aan.
“Dokter!” riep Patricia plots.
Een verpleegster die in de gang liep, kwam meteen naar binnen.
“Wat is er gebeurd?”
Patricia wees naar Fernands hand.
“Ik denk… ik denk dat hij reageert!”
De verpleegster keek naar de monitor en haar ogen werden groot.
“Ik ga meteen de arts halen.”
Binnen een paar minuten stond de kamer vol met medische staf.
Dokter Moreau keek aandachtig naar de apparatuur.