Hij zei niets.
Vanessa wel.
“Dit gaat te ver,” zei ze, haar stem trillerig. “Je probeert ons kapot te maken met verzinsels.”
Victoria glimlachte zwak.
“Jullie hebben dat drie jaar geleden al geprobeerd,” zei ze. “Ik maak het alleen… zichtbaar.”
Ze draaide zich om en liep richting uitgang.
Haar hakken klonken scherp op de marmeren vloer.
Dit keer hield niemand haar tegen.
—
De rit was stil.
De stad Houston gleed voorbij in vage lichten en schaduwen. Victoria zat achterin, haar handen ineengevouwen, haar gedachten een storm.
Ethan.
Als hij leefde…
Dan was alles anders.
Dan was dit geen einde.
Maar een begin.
“Wat weten we nog meer?” vroeg ze uiteindelijk.
De man op de passagiersstoel draaide zich om. “Hij werd drie maanden geleden voor het eerst geregistreerd in een kleinschalig opvangcentrum. Geen officiële papieren. Geen bekende familie.”
“Wie heeft hem gebracht?” vroeg ze.
Hij schudde zijn hoofd. “Onbekend. Hij werd ’s nachts achtergelaten.”
Victoria sloot even haar ogen.
Iemand had hem gered.
Maar wie?
En waarom in stilte?
—
Het opvangcentrum lag aan de rand van de stad. Klein, eenvoudig, maar netjes onderhouden.
Toen ze uitstapte, voelde de lucht anders.
Rustiger.
Alsof hier nog geen leugens hadden gewoond.
Een vrouw van middelbare leeftijd kwam hen tegemoet. Haar blik was voorzichtig, maar niet vijandig.
“Kan ik u helpen?” vroeg ze.
Victoria stapte naar voren. “Ik zoek een jongen. Ethan.”
De vrouw verstijfde een fractie van een seconde.
Dat was genoeg.
“Wie bent u?” vroeg ze.
Victoria aarzelde.
Niet omdat ze geen antwoord had.
Maar omdat het antwoord alles zou veranderen.
“Ik ben zijn moeder,” zei ze uiteindelijk.
De vrouw keek haar lang aan.
Alsof ze probeerde te zien of dat waar kon zijn.
Toen zuchtte ze zacht.
“Kom binnen.”
—
De ruimte was eenvoudig ingericht. Speelgoed in een hoek, tekeningen aan de muur.
Victoria’s ogen gleden langs elke lijn, elke kleur.
En toen zag ze het.
Een tekening.
Vijf figuren.
Vier met vleugels.
Eén zonder.
Haar adem stokte.
“Hij tekent dit vaak,” zei de vrouw zacht. “We begrepen het nooit helemaal.”
Victoria liep langzaam dichterbij.
Haar vingers raakten het papier bijna aan.
Vier… die hij had verloren.
En hijzelf.
Hier.
Alleen.
“Waar is hij?” fluisterde ze.
De vrouw keek naar de gang.
“Hij slaapt. Maar… hij wordt vaak wakker van nachtmerries.”
Victoria knikte.
“Natuurlijk doet hij dat.”
Ze volgde de vrouw door de gang.
Elke stap voelde zwaar.
Niet van angst.
Maar van betekenis.
Bij de deur bleef ze staan.
“Hij is gevoelig,” zei de vrouw zacht. “Rustig benaderen.”
Victoria knikte.
Ze opende de deur.
Langzaam.
Het licht was gedimd.
Een klein bed.
Een kleine vorm onder de deken.
Ze stapte naar binnen.
Voorzichtig.
Alsof elk geluid hem kon laten verdwijnen.
Ze ging naast het bed zitten.
En toen…
zag ze zijn gezicht.
Kleiner.
Magerder.
Maar onmiskenbaar.