“Ik wacht niet de hele dag,” zei ze. “Mijn zoon komt zo thuis en hij wil vast niet dat jij hier nog bent.”
Ik keek haar rustig aan.
“Thomas komt inderdaad zo thuis,” zei ik. “Misschien kunnen we dan samen praten.”
Ze snoof minachtend.
“Er valt niets te praten. Jij hebt hier niets te zoeken.”
Ik antwoordde niet meer. In plaats daarvan liep ik langs haar heen naar de woonkamer en pakte een kleine bezem om de scherven van de vaas op te ruimen.
Ze keek verbaasd toe.
“Wat doe je?” vroeg ze.
“Het is nog steeds mijn huis,” zei ik kalm. “Ik houd het graag netjes.”
Die opmerking maakte haar nog bozer.
“Je blijft maar herhalen dat het van jou is!” zei ze. “Denk je dat ik zo dom ben?”
Ik legde de scherven in een doos en zette die op tafel.
“Ik denk dat je gewoon niet het hele verhaal kent,” antwoordde ik.
Op dat moment ging de voordeur open.
Thomas kwam binnen, zichtbaar gehaast. Zijn blik ging meteen van mij naar zijn moeder en daarna naar de rommel op de vloer.
“Wat is hier gebeurd?” vroeg hij.
“Eindelijk!” zei Marta. “Vertel haar dat dit jouw appartement is en dat ze moet vertrekken!”
Thomas wreef over zijn gezicht alsof hij plotseling erg moe was.
“Sophie,” zei hij voorzichtig. “Kunnen we even praten?”
“Prima,” antwoordde ik. “Maar laten we het meteen hier doen. Dan hoort iedereen het.”
Hij keek ongemakkelijk naar zijn moeder.
“Mama, misschien kun je even—”
“Nee,” onderbrak ze hem. “Ik ga nergens heen. Dit gaat ook mij aan.”
Ik haalde rustig de map met documenten uit mijn handtas en legde die op tafel.
“Goed,” zei ik. “Dan maken we het simpel.”
Ik schoof het koopcontract naar Marta toe.
“Dit is het officiële document van de aankoop van het appartement.”
Ze keek ernaar alsof het een vreemde taal was.
“Wat moet ik hiermee?” vroeg ze.
“Lees de naam van de eigenaar,” zei ik.
Thomas stond stil naast de deur. Ik zag dat hij al wist wat er ging gebeuren.
Marta zette haar bril op en boog zich over het papier.
Een paar seconden later veranderde haar gezichtsuitdrukking.
“Wat…?” fluisterde ze.
Ze bladerde nerveus naar de volgende pagina.
Daar stond dezelfde naam.
Sophie van Dalen.
Mijn naam.
“Dit is vast vervalst,” zei ze snel.
Ik schoof nog een document naar haar toe.
“Dit is de registratie bij het kadaster,” zei ik. “En dit is de schenkingsovereenkomst van mijn ouders.”
De stilte in de kamer werd zwaar.
Marta keek langzaam naar haar zoon.
“Thomas,” zei ze scherp. “Wat betekent dit?”
Hij keek naar de grond.
“Mama… ik wilde je gewoon trots maken.”
“Trots?” herhaalde ze.
“Ik vertelde dat ik het appartement had gekocht,” ging hij verder. “Het klonk beter.”
“Dus je hebt gelogen?” vroeg ze.
Hij knikte langzaam.
De spanning in de kamer veranderde plotseling van richting. De woede van Marta richtte zich nu volledig op hem.
“Drie jaar?” zei ze ongelovig. “Drie jaar heb je mij dit laten geloven?”
Hij probeerde iets te zeggen, maar ze stak haar hand op.
“En je liet mij vandaag haar uit haar eigen huis zetten?”
Niemand sprak.
Ik voelde geen triomf. Alleen een vreemd soort opluchting.
De waarheid lag eindelijk op tafel.
Marta draaide zich naar mij.
Haar stem was nu veel stiller.
“Waarom heb je nooit iets gezegd?” vroeg ze.
Ik haalde mijn schouders op.
“Omdat het voor mij nooit belangrijk was wie het appartement had gekocht,” zei ik eerlijk. “Ik dacht dat een huwelijk gebaseerd was op vertrouwen, niet op verhalen.”
Thomas keek me nu recht aan.
“Sophie… het spijt me,” zei hij.