Daniel’s stem klonk vrolijk toen hij de kamer binnenstapte, alsof hij niets had gemerkt. “Laura?” riep hij, terwijl hij zijn schoenen uittrok en zijn jas aan de kapstok hing. Mijn hart bonsde in mijn keel, en ik kon nauwelijks ademen. Onder het bed klemde ik mezelf zo stil mogelijk, elke beweging voelde als een risico.
De vrouw draaide zich snel om, haar ogen groot van schrik toen ze Daniel zag. Ze greep naar de papieren die ze nog vasthad, maar het was te laat. Daniel liep naar het bed, alsof hij op iets zocht. Mijn adem stokte.
“Laura?” vroeg hij opnieuw, dit keer dichterbij. “Ben je hier ergens?”
Ik voelde de paniek in me opkomen, maar besloot mijn strategie te volgen. Als ik nu beweeg, dacht ik, en hem laat denken dat ik verrast wil worden, kan ik misschien iets tijd winnen.
De vrouw opende haar mond, maar ik hoorde Daniel voordat hij iets zei. Hij boog zich naar haar toe en zei iets in een zachte, bijna intimiderende toon: “Wat doe jij hier? Dit is mijn kamer.”
Ze hapte naar lucht, alsof ze iets wilde zeggen, maar niet durfde. Ze keek me nog eens aan en in haar ogen stond de haast en angst van iemand die weet dat elk moment beslissend kan zijn.
Ik wist dat ik moest handelen. Stilletjes gleed ik een beetje onder het bed vandaan, zodat mijn hand op de rand van het nachtkastje rustte. Mijn hart bonkte, maar ik probeerde mijn stem kalm te houden.
“Daniel,” zei ik, en mijn stem trilde slechts een beetje. “Wat gebeurt hier?”