Austin stond bij het raam met het gouden horloge in zijn hand terwijl de eerste zonnestralen over de daken van Silver Ridge vielen. Het metaal voelde zwaar, niet door gewicht maar door betekenis. Alsof het object zelf wist wat het had veroorzaakt.
Om 07:32 uur belde hij zijn advocaat.
“Daniel Reeves,” klonk een slaperige stem.
“Het is Austin Mercer,” zei Austin rustig. Té rustig.
Er viel een korte stilte aan de andere kant.
“Je bent vroeg wakker.”
“Ik ben niet wakker geworden,” antwoordde Austin. “Ik ben teruggekomen.”
Nog een stilte.
“Wat is er gebeurd?”
Austin keek naar het horloge op zijn hand.
“Ik heb bewijs,” zei hij. “Maar ik wil nog geen confrontatie. Ik wil voorbereiding.”
Daniel begreep het meteen. Geen verdere vragen.
“Kom naar mijn kantoor. En Austin… doe niets impulsiefs.”
Austin glimlachte zonder humor.
“Dat is precies wat ik níét ga doen.”
Hij verbrak de verbinding.
Twee uur later zat hij in een glazen vergaderruimte in downtown Denver, met de stad onder hem als een stille getuige. Het horloge lag op tafel tussen hen in.
Daniel draaide het langzaam rond met een pen.
“Dit is geen klein signaal,” zei hij uiteindelijk.
“Het is geen signaal,” antwoordde Austin. “Het is een fout.”
Daniel keek op.
“Jij denkt dat hij het expres heeft laten liggen?”
Austin knikte.
“Julian Vance laat nooit iets vallen zonder dat hij denkt dat hij het kan controleren.”
De naam viel zwaar in de kamer.
Julian Vance. CEO. Investeerder. Man met invloed die zich uitstrekte over contracten, mensen en reputaties.
En Brianna’s baas.
Daniel leunde achterover.