De stilte in de kamer werd bijna tastbaar.
Zelfs het zachte geluid van de stad buiten het raam leek plotseling verder weg, alsof de wereld even had besloten te stoppen met meeluisteren.
Sandra herstelde zich als eerste.
Ze raapte haar servet op van de vloer en lachte kort, geforceerd.
“Harrison, dit is toch geen spelletje? We hebben het hier over een familieverhuizing. Niet over staatsgeheimen.”
Maar haar stem klonk iets te hoog.
Iets te snel.
Austin zette zijn glas neer.
“Pap, wat bedoel je met ‘wat je vanochtend hebt ontdekt’?”
Mijn vader keek hem aan.
Niet boos.
Niet emotioneel.
Alleen scherp.
“Ik bedoel precies wat ik zeg.”
Hij haalde langzaam een map uit zijn aktetas en legde die op tafel.
Het geluid van het leer op het hout klonk harder dan het had moeten zijn.
Mijn moeder schoof ongemakkelijk op haar stoel.
Ik voelde mijn hart in mijn keel kloppen.
“Dit appartement,” begon mijn vader rustig, “is gekocht via een constructie op naam van een familieholding. Niet op naam van Austin. Niet op naam van jullie huwelijk. En zeker niet bedoeld als onderhandelingsruimte voor iemand die denkt dat hij hier de regels bepaalt.”
Austin fronste.
“Dat is gewoon een technische kwestie. Dat kan aangepast worden.”
Mijn vader knikte langzaam.
“Dat is precies wat je moeder gisteren probeerde te doen.”
Sandra verstijfde.
“Ik heb niets geprobeerd,” zei ze snel.
Maar mijn vader opende de map en schoof een document naar voren.
“Behalve dan dit verzoek tot eigendomsoverdracht, ondertekend door een extern juridisch adviseur. Instructies om het eigendom volledig op naam van Austin te zetten.”
Ik keek naar het papier.
Mijn ogen schoten naar de handtekening.
Sandra.
De kamer kantelde even in mijn gevoel.