Wesley stond nog steeds in de tuin, zijn telefoon strak in zijn hand geklemd. Zijn ogen bleven hangen op het scherm, alsof zijn brein weigerde te accepteren wat hij zag.
“Dat is onmogelijk…” fluisterde hij.
Penelope kwam dichterbij, haar witte jurk zacht ritselend over het grindpad.
“Wesley, wat is er? Je maakt me bang.”
Maar hij hoorde haar nauwelijks.
Het bericht was kort. Te kort.
En toch genoeg om zijn hele wereld te verschuiven.
Binnen in de feestzaal merkte niemand meteen dat er iets mis was. Glazen werden bijgevuld, muziek speelde zacht, gasten lachten nog steeds. Alles leek perfect.
Maar buiten was het stil geworden.
Een onnatuurlijke stilte.
Wesley opende het bestand dat Arthur hem had gestuurd opnieuw.
Een lijst.
Contracten.
Bankovereenkomsten.
En onderaan een naam die hij niet verwachtte.
Penelope’s familiebedrijf.
Zijn hart sloeg een slag over.
“Wat is dit…” zei hij hardop, deze keer luider.
Penelope pakte zijn arm vast.
“Wesley, je moet me vertellen wat er aan de hand is.”
Hij keek haar aan.
Maar zijn blik was veranderd.