Ik bracht langzaam mijn hand naar mijn wang.
De pijn was scherp, maar kort.
Wat langer bleef hangen, was de stilte in de kapel.
Niemand wist wat te doen.
Meer dan honderd mensen zaten verstijfd op hun banken terwijl de geur van witte lelies en kaarsvet zwaar in de lucht hing. Regen tikte zacht tegen de glas-in-loodramen, alsof zelfs de hemel wachtte op wat er nu zou gebeuren.
Serena rechtte haar schouders.
Ze dacht dat ze gewonnen had.
Dat zag ik aan haar ogen.
Ze verwachtte tranen.
Geschreeuw.
Misschien zelfs smeekbeden.
In plaats daarvan keek ik haar alleen aan.
Heel rustig.